Rampbestrijding en crisisbeheersing
Rampbestrijding en crisisbeheersing: preparatiebijstand. Ook iets voor u?
"De mate van preparatie op een grote ramp of crisis is essentieel voor het uiteindelijk kunnen bestrijden van de effecten. De schade moet zo beperkt mogelijk blijven”.
Ontwikkelingen
De laatste jaren doen zich meer en meer ontwikkelingen voor die de hulpverlening bij rampen en crisis beïnvloeden. Deze ontwikkelingen worden veelal projectmatig opgepakt om zo enig regie te houden. Ze grijpen immers toch allen in elkaar. Enkele voorbeelden van ontwikkelingen:
Grote rampen als de cafébrand in Volendam en de vuurwerkramp in Enschede hebben verschillende commissies en rapporten opgeleverd die voor vernieuwing van en verandering in de rampbestrijding pleiten. Die veranderingen zouden moeten worden doorgevoerd in de bestuurlijke verantwoordingslijn en de multidisciplinaire processen, zeg maar de keten van hulpverlening.
De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid is begonnen verschillende hulpverleningsregio’s door te lichten (ADR) op de mate waarin zij geprepareerd zijn om een grote ramp of incident aan te pakken.
Binnenlandse zaken stimuleert de ontwikkeling van zogenaamde Veiligheidsregio’s. Zo een Veiligheidsregio heeft een transparante bestuurlijke verantwoordingsstructuur is congruent aan de politieregio en bedient zich van een regionaal plan waarin de verschillende kolommen de basis kunnen vinden voor de eigen organisatieplannen.
De maatschappij wordt steeds intensiever en dreigingen zoals (bio)terreur zijn reëler. De wens om hierop bij de preparatie bij voortduring in te kunnen spelen neemt toe. De organisatie van de hulpverlening zal zich meer en meer moeten bedienen van visie ontwikkeling. Visie op de organisatie en de uitvoering van de ketenprocessen maar ook waar het gaat om informatie en gegevens, communicatie en ICT als hulpmiddel in het bijzonder. Thans loopt de discussie om binnen de hulpverleningsketen informatiemanagement te organiseren (Advies Commissie Informatie Rampbestrijding ACIR).
Het ministerie van Binnenlandse Zaken begint meer en meer te verlangen dat de hulpverleningsdiensten gaan werken met zogenaamde outputindicatoren. Dit maakt dat de vraag om een multidisciplinair besturingsmodel meer en meer evident.
Dienstverlening
In 2002/2003 is Friesland begonnen met de preparatie voor de Algemene Doorlichting Rampbestrijding (ADR) door de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV). In mei 2005 heeft Friesland de ADR 2 doorstaan. Het gaat daarbij in wezen om een meldkamersimulatie waarin getoetst wordt of hetgeen op papier staat ook daadwerkelijk werkt. Tussentijdse metingen door de IOOV leren dat Friesland een grote kans maakt daar probleemloos door heen te komen. Wanneer de ADR 2 goed uitpakt zal een laatste toets worden uitgevoerd waarbij wordt gemeten of alle diensten en instanties hun rol spelen en sprake is van een ketenaanpak.
De nadruk van de ADR preparatie ligt op de ontwikkeling en implementatie van alarmeringsprocessen (GRIP), de organisatie van de (gezamenlijke) meldkamer, de opzet en uitvoering van informatiemanagement en de mate waarin als dat nodig is (interregionale en technische) bijstand kan worden geregeld. Aan de ADR heeft de Friese regio de ontwikkeling van de Veiligheidsregio gekoppeld. Het geheel wordt programmatisch opgepakt.
Triple Plus heeft een adviserende en initiërende rol bij deze programmatische aanpak. In het volgende document is weergegeven hoe dat is georganiseerd en waarin Triple Plus een rol heeft of heeft gehad: dienstverlening: rampbestrijding en crisisbeheersing.
Toegevoegde waarde van Triple Plus
Triple Plus gaat nadrukkelijk niet op de vakinhoudelijke kant van hulpverlening zitten. Triple Plus kijkt als een derde naar de cyclus van visie ontwikkeling, de toegevoegde waarde discussie, de vertaalslag naar producten en de borging en implementatie. De dienstverlening van Triple Plus is zo opgezet dat de hulpverleningsdiensten in Friesland het uiteindelijk zelf kunnen doen. Daar hoort bij dat technieken en tools overgedragen zijn en worden.
Triple Plus is de liaison tussen de verschillende hulpverleningsdiensten. Door het verder uitbouwen en uiteindelijk overdragen van die rol wordt een hechte keten gesmeed waarin het elkaar kennen een belangrijke rol vervult.
Meer weten? Neem contact op met Jan de Wit (0598-626500 of via mail Jan de Wit).
